"
Het is altijd zomer "
Frits Klein (90) exposeert
aquarellen in Den Haag
door Dolf Welling |
|
|
DEN HAAG
- In de heldere tuinzaal
van Pulchri Studio in Den Haag zijn nu
plekjes van het paradijs te zien |
op in gouden lijsten gevatte
blaadjes. "De bloemenmarkt in Nice",
zegt Frits Klein die mij rondleidt. |
"Dit is in een tuin op Corsica en dat
is de tuin van de Pauwhof in
Wassenaar". |
Het kon evengoed op de Canarische
eilanden zijn. Kleins werkterrein is
hetzelfde als dat van de vlinders |
en de bijen. Hij puurt de heerlijkste
harmonieën uit parken en tuinen. De
keukenhof wordt zo even |
subtropisch als de gebieden rond de
Middellandse Zee. De zonnigheid heeft
deze kunstenaar in zich |
en kennelijk is dat heel gezond. Hij
is negentig en hij straalt van
levenslust. |
Ditmaal exposeert
hij geen schilderijen. Hij heeft uit
Parijs - waar hij woont - pastels
meegebracht en |
aquarellen, sommige ter grootte van
een prentbriefkaart. Ze zijn ontstaan
in zomers van één tot |
twintig jaar geleden. In de wereld
van Klein is het altijd zomer. "Als
het grijs is ga ik niet naar buiten". |
Toevallig heeft gelijktijdig Sierk
Schröder een tentoonstelling in
Pulchri, een heel grote, drie zalen
vol. |
In hun jonge jaren werkten beide
schilders in Parijs, waar ze elkaar
ontmoetten in de vrije academie |
in de rue de la Grande Chamière. |
|
Toen Frits Klein werd geboren - in
Bandoeng, tien dagen nadat zijn vader
was bezweken aan een |
tropische ziekte - zag het er naar uit
dat hij het niet lang zou maken. "Maar
na een jaar begon het |
beter te gaan. Ik werd een levendig
kereltje. Mijn grootvader nam me in
huis. |
Hij had op Java een landgoed op 1200
meter hoogte, met een groot huis, een
zwembad, pony's |
en vele bedienden. In dat zwembad zwom
op een ochtend een tijger". Nadat zijn
grootvader het beest |
had doodgeschoten
bleek dat het een wijfje was. De
bedienden haalden haar jongen uit het
bos. |
Ze werden als een nest poezen in een
grote mand gelegd en Frits speelde er
mee, tot ze uit zichzelf |
de benen namen, het bos in. |
Op zijn zesde werd Frits met zijn twee
oudere zusters naar Nederland gestuurd
voor een "Europese" |
opleiding. Naar Indië heeft hij nooit
terugverlangd. |
Hij zou daar een hele tijd nodig
hebben om als schilder vat te krijgen
op het land. |
Dat was zo in Spanje, in Italië, en in
Noord - Afrika. "En ik ben bang dat ik
daarna jarenlang in |
Indonesië zou
willen blijven". |
Hij hoort voorgoed thuis in Frankrijk,
al heeft hij de Nederlandse
nationaliteit behouden. |
|
De bedoeling was dat hij na zijn
schooljaren in Nederland de zaak zou
voortzetten van zijn voogd, |
die hout importeerde uit Noorwegen.
Maar hij wilde schilder worden. "Op
school al maakte ik me |
onmogelijk door
overal op te tekenen. Op de lagere
school tekende ik Indianen die met een
tomahawk |
zwaaien. Op de HBS gaf ik in het
schoolkrantje een mammoet het hoofd
van een leraar. Het leek sprekend |
en dat werd me kwalijk genomen". Bij
een schoolvriend in Apeldoorn thuis,
Chris Wegenrif, zag hij |
moderne kunst: werken van van Dongen,
Kandinsky, Klee aardigheidjes die
destijds weinig kosten. |
Toen de werkster een pastel van
Kandinsky had "schoon"gepoetst werd er
om gelachen. "Breng de |
volgende keer maar een paar nieuwe mee
uit Parijs", zei mevrouw Wegerif tegen
haar man. |
Om na de HBS een beslissing over zijn
toekomst uit te stellen, ging Frits in
Rotterdam naar de |
Handelsschool. "Voor de houthandel
was dat natuurlijk helemaal niet
nodig". |
Herstellende van een blessure die hij
bij het hocheyen had opgelopen, had
hij de moed om zijn moeder te |
bekennen dat hij schilder wilde
worden. Tot zijn opluchting was daar
begrip voor, ook bij zijn voogd. |
De academie in Amsterdam lokte hem
niet; hij ging direct naar het centrum
van de kunstwereld, Parijs. |
|
Buitentijds |
In 1921 vertrok hij. In de trein
ontmoette hij bij toeval de moeder van
Wegerif, die ook naar Parijs ging. |
"In Parijs kwam mevrouw van Dongen
haar afhalen en die nodigde me uit om
de volgende namiddag in het |
Café du Dôme te komen. Daar bracht ze
me in contact met schilders van
allerlei nationaliteiten. |
Een paar Fransen
waren er ook bij". |
In dit gezelschap maakte hij in zijn
argeloosheid wat de Fransen noemen
een"gaffe", net als voor hem |
Vincent van Gogh, die op
café-terrasjes met bewondering sprak
over schilders die als "passé"
golden. |
"Overdag ontdekte
ik zo'n beetje Parijs. |
Ik ging ook naar het Musée du
Luxembourg en zag daar voor het eerst
een paar Claude Monets. |
Ik was zo
geïmpressioneerd! |
's Avonds vroegen ze me in de kring
wat ik die dag had uitgevoerd. Ik zei
dat ik helemaal in de war |
was van schilderijen van iemand die
Claude Monet heet". De hele groep viel
over hem heen. "Het was |
de tijd van het Cubisme; daar gingen
ze helemaal in op". De eerste les:
zorg dat je aansluiting vindt |
bij de nieuwste stroming, die heeft
Klein nooit willen leren. |
Hij zegt dat hij het wel even heeft
geprobeerd, onder de indruk van André
Lhote. Deze schilder was |
een randfiguur van het Cubisme en een
geboren docent; een theoreticus wiens
eigen werk volgens |
de criticus Frank Elgar vaak meer op
een demonstratie van de theorie lijkt
dan op een schilderij. |
Klein bezocht zijn academie."Ik heb
veel van hem geleerd. Hij benaderde de
kunst met zijn intellect. |
Hij had een kleurentheorie, maar als
hij schilderde vond hij op zijn palet
altijd de lelijkste kleuren. |
Onder de leerlingen waren veel
Scandinaviëres. Aan het einde van de
week zag je in de zaal wel |
twintig of dertig Lhotetjes staan. Mij
lukte het nooit om er een te maken".
Na de lyrische abstractie |
is bewondering voor Monet weer
toegestaan. Geamuseerd vertelt Klein
dat hij een halve eeuw na zijn |
Parijse debuut door een jonge schilder
werd gewezen op diens recente
ontdekking: Claude Monet. |
|
Circus |
Klein heeft jarenlang volop genoten
van Parijs. Hij wandelde net als de
schrijver Julien Green graag langs
de |
nachtelijke Seine-oever. Naar de mooie
Françaises waar hij zoveel over had
gehoord, keek hij tevergeefs uit. |
"Ik vind noordelijke meisjes mooier".
Hij is toch met een Française
getrouwd? "Ja, maar ook weer van haar |
gescheiden". |
Klein had en heeft veel vrienden. In
Parijs was Conrad Kickert een soort
mentor voor nieuwkomers. De wel- |
gestelde schilder André Dunoyer de
Segonzac gaf rondjes in het café Des
Deux Magots en nam dan de hele kring |
mee voor een goed etentje. "Van hem
heb ik veel geleerd over goede wijnen.
Het was een enige vent. Als er een |
werk van hem geveild werd, kocht hij
het zelf als hij vond dat er niet hoog
genoeg werd geboden". |
Met Piet Mondriaan ging Klein wel eens
naar een dancing. In zijn schilderijen
zag hij niet veel. |
Motieven vond Klein onder andere in
het circus Médrano. Daar traden de
gebroeders Fratellini op. Nadat hij
een |
week met zijn schetsboekje in de
voorstelling had gezeten, hield een
van de clowns hem aan met de
mededeling |
dat hij voortaan zonder
toegangskaartje door de achteringang
naar binnen mocht. "Toen heb ik daar
maandenlang |
getekend. Die ene met dat witte
gezicht kocht ook nog een portret dat
ik van hem had gemaakt". |
Later ging Kleins voorkeur meer uit
naar de natuur. In Zuid-Frankrijk,
waar hij een atelier inrichtte in
Cagnes sur Mer |
behoorden Nicolas de Stael en Wim
Sinemus tot zijn kennissen. |
Hij ontmoette ook Hans Hartung die met
een Spaanse beeldhouwster was
getrouwd. |
In het begin van de tweede
wereldoorlog werd in Cagnes het
voedsel schaars. Zonder reisvergunning
ging Klein |
per trein naar Parijs. Doordat er een
munitietrein achteraan kwam waar haast
bij was, namen de Duitsers niet de |
tijd om de papieren te controleren. Na
de bevrijding heeft de schilder
jarenlang kunnen leven van de aankopen |
door één Nederlandse kunsthandelaar.
"Ik hoefde alleen maar te schilderen". |
|
Yves |
Intussen wilde zijn zoon Yves, die
later als kunstenaar wereldberoemd
werd, naar Japan om een hoge judograad |
te halen. "We hebben het reisgeld voor
elkaar gekregen en ik heb hem
schilderijen meegegeven die ik in
Parijs |
toch niet kwijt kon. Ook gaf ik hem
het adres van een Japanse schilder die
in Parijs met een Française was
getrouwd. |
Hij was voor de oorlog terug gegaan
naar Tokio. Misschien heb je daar een
leuke relatie aan zei ik. Het is in
ieder |
geval een keurige vent, met een schat
van een vrouw. Yves kon de eerste
maanden in Japan leven van die
schilderijen. |
Hij verkocht ze direct. Die wist alle
mensen te overdonderen. Hij is ook
naar die schilder toe gegaan en dat
bleek |
een neefje te zijn van de mikado
(keizer). Dat had die Japanner me
nooit verteld.Dus Yves kwam meteen in
de |
hoogste kringen; alle deuren gingen
open voor die jongen. Toen hij terug
kwam, had hij als judoka de vierde
dan". |
"Yves hield zijn eerste expositie bij
een dame die een villa had even buiten
Parijs. Af en toe mocht daar een
schilder |
die nog geen galerie had exposeren, in
de rez-de-chausee. Yves hing er
éénkleurige doekjes op: blauw, roze,
geel, |
ik noem maar iets. Ik zei, Yves, als
ik dat zo zie - het doet me een beetje
aan Mondriaan denken, maar dan |
verdeeld over een aantal
schilderijtjes. |
Papa, zei hij, je doet heel goed wat
je doet, maar hier begrijp je niks
van. We waren beste vrinden; het was
een |
leuke jongen." |
"In een galerietje in de rue Bonaparte
hield hij een tentoonstelling met
niks. "Le Vide" heette dat. Er stond
een |
lange rij op straat. Je moest wel twee
uur wachten voordat je door de galerie
mocht lopen om naar de lege wanden |
te kijken en snel weer plaats te maken
voor anderen. Onbegrijpelijk". |
"Hij had nooit veel tijd om te
schilderen. Als hij blauwe monochromen
ging exposeren dan moesten die snel
even |
worden gemaakt. Al zijn vrindjes
moesten helpen. Ik deed het in mijn
eigen atelier en het ging bij mij niet
zo vlug, |
want ik gebruikte niet zo'n
rollertje". Hier en daar hangt dus een
Yves met degelijk penseelwerk van
Frits. Yves |
is op zijn vierendertigste gestorven.
Zijn weduwe, Rotraut Uecker, is
hertrouwd en woont nu in de Verenigde |
Staten. Ze krijgt daar fancy-prijzen
voor die schilderijen. Zoiets moet
voor miljoenen verkocht worden, anders |
wil niemand het hebben". |
De dood van Yves op 6 juni 1962 kwam
als een totale verrassing. "Ik kwam
hem die ochtend goeiendag zeggen, |
want ik zou naar Spanje gaan. Het was
om een uur of negen en toen lag hij
nog in bed. Zijn vrouw bracht z'n |
ontbijt en toen hebben we een beetje
gekletst. Opeens keek hij op zijn
horloge en zei: Verdorie, ik moet weg.
Hij |
moest om twaalf uur precies aan de
overkant zijn. |
Hij had een rendez-vous met een
kunsthandelaar over een contract, voor
ik weet niet hoeveel." |
"Toen hij thuis kwam had hij gekregen
wat hij gevraagd had, maar hij was
doodmoe van die bespreking. Iemand |
die hem bij de deur ontmoette wilde
hem iets vragen, maar hij zei: Och,
een andere keer, ik ben te moe. Ik ga
slapen. |
En toen had hij diezelfde middag dat
ongeluk; ik weet niet wat hij heeft
gehad.Dus toen werd ik om vier uur
opgebeld |
dat hij gestorven was. Die jongen
heeft zich oververmoeid. Dan doe je
niks en per slot van rekening is het |
vermoeiender dan schilderen". |
|
Koffie |
Frits werkt tegenwoordig 's morgens
niet meer. Hij gaat wel een straatje
om en drinkt dan een koffie aan de
zinc. |
"Na de lunch zet ik mijn pastelblok op
tafel. De kleuren heb ik keurig naast
elkaar, niet zoals sommigen bij wie |
alles los door elkaar ligt, zodat het
allemaal grijs wordt". |
Hij heeft nu ook weer absorberend
papier gevonden voor zijn aquarellen.
Op de tentoonstelling hangen enkele |
vroegere op gewoon papier en een
aantal nieuwe op papier dat de kleuren
gemakkelijker in elkaar over laat
lopen. |
Het verschil is zichtbaar, maar
overigens is het verstrijken van de
tijd aan dit werk niet af te lezen: de
bloesems van |
elke lente zijn even fris. |
|